ZORGVRIJSTELLING VENNOOTSCHAPSBELASTING

Terug naar thema's..

Terug naar home..

 

04-01-2017

Voor de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb) geldt in het algemeen dat de onderneming van een zorgstichting ofwel volledig belast is met vennootschapsbelasting ofwel is vrijgesteld. Er geldt een ‘alles of niets-criterium’ derhalve. Belastingplicht hangt overigens ook samen met de rechtsvorm, al is de meest gebruikte rechtsvorm in de sector zorg de stichting (zorgstichting). Voor stichtingen geldt een andere regeling dan voor andere rechtsvormen, rechtspersonen, zoals bijvoorbeeld de B.V. of N.V. Zo is een stichting alleen onderworpen aan vennootschapsbelasting ‘indien en voor zover’ deze een als ‘onderneming’ te kwalificeren activiteit in zich heeft. De activiteiten die verricht worden zijn voor een stichting doorslaggevend en dus niet de rechtsvorm an sich. Voor een B.V. of N.V. geldt daarentegen dat dezen van rechtswege met hun gehele vermogen worden geacht een onderneming te drijven.

 

Wel of geen onderneming

 

Voor de Vpb geldt dat er bij (zorg)stichtingen sprake is van een ‘onderneming’ als er sprake is van een duurzame organisatie is van kapitaal en arbeid die deelneemt aan het economisch verkeer, waarbij ook winst wordt beoogd dan wel kan worden verwacht.

 

Voor nu gaat het te ver om hier uitvoerig bij stil te staan, maar er is doorgaans sneller sprake van de aanwezigheid van kapitaal, arbeid en deelname aan het economisch verkeer dan we in eerste instantie en op grond van het ‘normale spraakgebruik’ denken. Dat geldt ook voor de aanwezigheid van een winstoogmerk (winst beogen/verwachten). Statutair zal de (zorg)stichting geen winst beogen, maar wanneer toch regelmatig overschotten worden behaald is het goed denkbaar dat de (zorg)stichting zal kunnen worden geacht een winstoogmerk te hebben. Voor de zekerheid nog maar een keer: voor stichtingen kan een onderneming ook aan de orde zijn voor slechts enkele activiteiten die vanuit de stichting worden verricht. Die ‘enkele activiteiten’ van een stichting kunnen daardoor leiden tot onderworpenheid aan de Vpb. Voor zorgstichtingen is het hierdoor voor de Vpb van groot belang om alle activiteiten te onderkennen en in kaart te brengen om telkens te kunnen beoordelen of er sprake is van het fiscale begrip ‘onderneming’.

 

Vrijstellingen voor de Vpb

 

Wanneer er bij een zorgstichting sprake is van het al dan niet gedeelijtelijk drijven van een onderneming, zijn er twee vrijstellingen die voor de Vpb kunnen gelden van belang. Te weten:

   a.  De zorgvrijstelling.

   b.  De generieke vrijstelling.

Wanneer deze vrijstellingen van toepassing zijn kan worden voorkomen dat er Vpb-plicht ontstaat.

 

Ad a. De zorgvrijstelling

De zorgvrijstelling betreft een zogenoemde subjectieve vrijstelling voor de vennootschapsbelasting die onder voorwaarden van toepassing is op lichamen die zorg verrichten. De zorgvrijstelling kent een aantal voorwaarden. De eerste voorwaarde betreft de zogenoemde werkzaamhedentoets, die een kwantitatief en een kwalitatief karakter kent. Daarnaast bestaat de zogenoemde De winstbestemmingstoets. Wellicht ten overvloede wordt nog vermeld dat de zorgvrijstelling geldt voor ‘lichamen’, zonder dat daarop enige nuance of uitzondering wordt gemaakt. Ook B.V.’s kunnen hierdoor zonder uitzondering de zorgvrijstelling toepassen mits uiteraard voldaan wordt aan de voorwaarden.

 

Beide toetsen lichten wij hierna kort toe.

 

De werkzaamhedentoets

Een lichaam voldoet aan de werkzaamhedentoets indien het uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (dat wil zeggen: 90% of meer) ‘kwalificerende’ (zorg)werkzaamheden verricht. Bij de werkzaamhedentoets is het van belang dat de feitelijke werkzaamheden bestaan uit de verwerkelijking van de (statutaire) doelstelling van deze lichamen en bovendien (voldoende) bestaan uit kwalificerende werkzaamheden.

 

Los van de genoemde verwerkelijking van de (statutaire) doelstelling betekent dit dat de werkzaamhedentoets uit twee onderdelen bestaat, te weten:

  1. Er moet sprake zijn van kwalificerende (zorg)werkzaamheden.

  2. De werkzaamheden moeten ‘uitsluitend of nagenoeg uitsluitend’, dit betekent voor 90% of meer, uit kwalificerende (zorg)werkzaamheden bestaan.

Beide onderdelen worden hierna toegelicht.

 

Ad 1 – Kwalificerende (zorg)werkzaamheden

In de wettelijke bepaling wordt een (limitatieve) opsomming van deze kwalificerende werkzaamheden gegeven:

 

‘het genezen, verplegen of verzorgen van zieken, kraamvrouwen, mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, wezen of ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen’. De vrijstelling is tevens van toepassing op andere werkzaamheden: het bieden van een passende werkzaamheid aan mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking (sociale werkplaats) en het verstrekken van kleine kredieten aan personen, behorende tot de economisch zwakke groepen van de bevolking (maatschappelijke kredietverlening). In deze bijdrage gaan wij echter met name in op het eerste deel, de zorgwerkzaamheden.

 

Deze bepaling, maar ook de volledige bepaling van de zorgvrijstelling, sluit –ondanks moderniseringspogingen van de wetgever– nog steeds niet goed aan bij de praktijk. De bepaling bevat nog steeds een aantal open normen, die –gelet op de summiere parlementaire geschiedenis en jurisprudentie– lastig zijn in te vullen. De huidige zienswijze omtrent kwalificerende (zorg)werkzaamheden, op grond van een beleidsbesluit van het Ministerie van Financiën alsmede jurisprudentie, kan als volgt worden samengevat:

  • Indien een zorginstelling beschikt over indicatiebesluiten van het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) voor AWBZ-zorg, dan wel besluiten van gemeenten voor het uitvoeren van WMO-zorg, ofwel zorg in natura, acht de staatssecretaris van Financiën deze werkzaamheden (in ieder geval) kwalificerend voor de zorgvrijstelling (kwalitatieve werkzaamhedentoets).
     

  • Bovendien moeten de werkzaamheden (de staatssecretaris van Financiën spreekt van taken) van het lichaam dat de zorgvrijstelling wil toepassen, ten minste voor 90% bestaan uit geïndiceerde zorg (kwantitatieve werkzaamhedentoets).
     

  • Voor het van toepassing zijn van de vrijstelling is het noodzakelijk, zo vindt de Hoge Raad inmiddels, dat de zorginstelling zich rechtstreeks ten opzichte van de zorgvragers verplicht de gevraagde zorg te verlenen. Dit betekent volgens de Hoge Raad:

    • Bezien vanuit de zorgvragers moet de zorg worden verricht door de zorginstelling.

    • Zowel juridisch als feitelijk moet de zorginstelling een (zichtbare) rol spelen in het zorg(werk)proces. Juridisch, omdat de zorginstelling zich rechtstreeks verplicht jegens de zorgvrager. Feitelijk, doordat de zorgvrager moet ervaren dat de zorg wordt verricht door de zorginstelling.
       

  • De gevraagde zorg dient te worden verricht door voor de zorginstelling al dan niet in loondienst werkzaam zijnde zorgverleners. Ook deze uitleg is afkomstig van de Hoge Raad. Hierdoor maakt het in principe niet uit niet uit of de werkzaamheden worden verricht door werknemers, door zzp’ers of een combinatie daarvan.

 

Ad 2 – 90% of meer

Het tweede onderdeel betreft het vereiste dat de werkzaamheden ‘uitsluitend of nagenoeg uitsluitend’, dit betekent voor 90% of meer, uit kwalificerende (zorg)werkzaamheden moet bestaan. Zoals in het bovenstaande reeds aangegeven bestaat er hieover nog niet volledige duidelijkheid. Meestal wordt er aan dit vereiste getoetst op basis van omzetcijfers enomzetverhoudingen. Maar ook een toets op basis van een andere maatstaf is denkbaar (FTE’s, zorgpersoneelsleden), zeker als die een gunstiger beeld geven.

 

Wanneer een zorginstelling meer dan 10% aan niet-kwalificerende werkzaamheden verricht dan vervalt de zorgvrijstelling in het geheel. Wanneer de generieke vrijstelling (zie hierna) dan ook niet van toepassing mocht zijn, zal de gehele onderneming van de zorginstelling in de heffing van vennootschapsbelasting worden betrokken (dus ook de zorgactiviteiten). De zorgvrijstelling kent derhalve een ‘alles of niets’ karakter.

 

De winstbestemmingstoets

De winstbestemmingstoets schrijft voor dat het lichaam een publiekrechtelijk lichaam moet zijn dan wel, indien dat niet het geval is (lees: indien sprake is van een privaatrechtelijk lichaam), dat behaalde winst (of behaalde overschotten, positieve exploitatieresultaten) uitsluitend kan worden aangewend ten bate van een lichaam dat zelf gebruik maakt van de zorgvrijstelling, dan wel ten bate van een algemeen maatschappelijk belang. De winstbestemmingstoets geldt zowel voor winsten tijdens de bestaansduur als voor winsten bij de liquidatie van het lichaam. In tegenstelling tot de werkzaamhedentoets, waarbij met name de feitelijke werkzaamheden van belang zijn, zijn bij de winstbestemmingstoets de statuten leidend.

 

Wanneer zorgactiviteiten in een B.V. zijn ondergebracht is de winstbestemmingstoets zeker een belangrijk punt van aandacht. In dit kader is het van belang te vermelden dat de winstbestemmingstoets vereist dat de zorginstelling de winst uitsluitend kan aanwenden ten bate van een vrijgesteld lichaam dan wel het algemeen belang. De winstbestemmingstoets gaat dan ook louter over het aanwenden van de winst van de zorginstelling en niet over behaalde winsten van de aandeelhouder bij verkoop van de aandelen in de bv waarin de zorginstelling is ondergebracht. Immers, de verkoop van de aandelen, op zichzelf bezien, leidt niet tot een andere aanwending van de winst door de B.V..

 

Ad b. De generieke vrijstelling

Als een beroep op de zorgvrijstelling niet mogelijk is, dan kan de zorgstichting onder voorwaarden nog gebruik maken van de generieke vrijstelling voor stichtingen. Voor een beroep op deze vrijstelling is vereist dat de eventuele fiscale winst in een jaar niet meer bedraagt dan € 15.000, dan wel in het jaar en de daaraan voorafgaande vier jaren tezamen niet meer bedraagt dan € 75.000. Het resultaat van een eventueel verliesjaar in deze periode wordt op nihil gesteld. Toepassing van de generieke vrijstelling is daarmee gebonden aan het behaalde fiscale resultaat. Bedenk daarbij dat het fiscale resultaat van een stichting kan afwijken van het resultaat in de jaarrekening van de stichting, bijvoorbeeld doordat schenkingen buiten aanmerking blijven of omdat de afschrijvings- en rentelasten of kosten fiscaal anders moeten worden bepaald.

 

Slot

 

Zoals in het bovenstaande reeds aan de orde gekomen vervalt de zorgvrijstelling in het geheel wanneer een zorginstelling meer dan 10% aan niet-kwalificerende werkzaamheden verricht. Wanneer de generieke vrijstelling dan ook niet van toepassing is zal de gehele onderneming van de zorginstelling in de heffing van Vpb worden betrokken (dus ook de zorgactiviteiten). Voor zorginstellingen is het dus van groot belang dit ‘alles of niets’ karakter van de zorgvrijstelling te onderkennen. Om te voorkomen dat de zorgstichting, zonder dat zij het zelf door heeft, met het geheel van haar werkzaamheden in de heffing van Vpb wordt betrokken, navorderingsaanslagen Vpb opgelegd zal gaan krijgen al dan niet met een boete en jaarlijks een aangifte Vpb moet gaan verzorgen, is het van belang om periodiek te toetsen of nog voldaan wordt aan de eisen van de zorgvrijstelling. Wat onder ‘periodiek’ moet worden verstand hangt van de specifieke situatie van een zorgstichting af. Wanneer de 10%-ruimte echter voor het overgrote deel wordt benut, of wanneer het deel dat wordt benut substantieel aan het toenemen is, is het raadzaam om de periodieke controles korter op elkaar te laten plaats vinden. De Vpb-positie van de zorgstichting moet dan gewoonweg meer aandacht hebben.

 
Als u meer wilt weten over vpb-plicht bij zorgstichtingen/-instellingen en/of advies hierover wenst zijn wij altijd bereid om een en ander geheel vrijblijvend in persoonlijk onderhoud nader toe te lichten.
 
Natuurlijk kunt hiervoor contact met ons opnemen. 

Terug naar thema's..

Terug naar home..

 

Belastingadviseur Nijmegen
KLX Fiscaal maakt graag kennis met u. KLX Fiscaal is ondernemer, denkt vanuit de kans, heeft een drive voor fiscaal succes ten behoeve van haar klanten en is vakkundig. Probeer eens uit hoe goed wij kunnen luisteren en neem contact met ons op.

KLX Fiscaal - Heersweg 13 - 6651 BP Druten - T 024-8200958  - E info@klxfiscaal.nl - KvK 55764126

©2018 KLX Fiscaal Nijmegen -  Powered by KLX Fiscaal

klx fiscaal - Belastingadviseur Nijmegen - linkedin.png